Start
Wie?
  -Biografie kort
  -Biografie lang
Wat?
  -Fictie
  -Non-fictie
Boeken
  -4+
  -10+
  -12+
  -14+
Verhalen
Vraag en antwoord
Media
Links
Links
Contact
Claire Hülsenbeck
 
Vraag en antwoord
 
  Inhoud

1. Waarom ben je schrijver geworden?

2. Wanneer begon je met schrijven?
3. Gebruik je je eigen herinneringen in je boeken?
4. Waarom heet je soms Claire en soms Claartje?
5. Wat is het verschil tussen fictie en non-fictie?
6. Waarom schrijf je nu ineens prentenboeken?
7. Blijf je wel voor lezers van 12+ schrijven?
8. Wat vind jij zelf je mooiste boek?
9. Kan dat? Van een kort verhaal een boek maken?
10. Kun je iets over dat boek vertellen?
11. Waarom schrijf je altijd zulke moeilijke boeken?
12. Heb je hobbies?
13. Is schrijven geen hobby van je?
14. Wat vind jij mooie boeken? Heb je leestips?
 
     
  Vragen en antwoorden

1. Waarom ben je schrijver geworden?
Mijn vader vertelde mij en mijn zusjes vroeger altijd spannende verhalen waar wij zelf een rol in speelden. Ik weet nog hoe ik door de steppen van Rusland reed. Hongerige wolven renden achter onze slee. Ik rilde in mijn dikke dekens. ‘Niemand eruit gooien,’ riep ik. Het was heel spannend. 
Misschien komt het door mijn vaders verhalen dat ik schrijver wilde worden.
(zie ook: Negen levens)

Naar boven

2. Wanneer begon je met schrijven?
Ik begon met schrijven toen ik zes was. Korte briefjes die ik onder mijn moeders hoofdkussen stopte. ‘Mag ik morgen mijn rode trui aan?’ dat soort dingen.
Toen ik twaalf was, begon ik verhalen en gedichten te schrijven. Mijn eerste boek schreef ik toen ik veertien was, maar dat ben ik kwijtgeraakt. Het ging over verliefd zijn, dat herinner ik me nog.

Naar boven

3. Gebruik je je eigen herinneringen in je boeken?
Ja, dat doe ik heel vaak. In ieder boek zit wel iets van mijzelf.
Dat verhaal van mijn vader over hongerige wolven achter onze slee, heb ik bijvoorbeeld verwerkt in Florian niemandsdochter.
Het familiegeheim in De draaimolen gaat fluitend beginnen, lijkt heel erg op een geheim uit mijn familie en in het huis dat in het boek voorkomt, heeft mijn moeder echt gewoond.
In Laura’s appelkamer staan veel dingen die ik zelf heb meegemaakt. Dat is bijna een autobiografie. Maar ik heb alles zo veranderd dat niemand het herkent. Ik heb in dat boek bijvoorbeeld over mijn vaders dood geschreven, maar bij Laura gaat het over haar moeder, niet over haar vader.
Alleen in Groenblauwe dromen en duizend jaar zand is dat anders. Dat is niet mijn wereld. Dat boek zit vol herinneringen van Steef Liefting, de vormgever, en Philip Hopman, de tekenaar.

Naar boven

4. Waarom heet je soms Claire en soms Claartje?
Tja, dat gebeurt soms, dat je je naam niet goed vindt. Claartje past niet bij mij, dat vind ik echt. Vroeger thuis noemden ze me ook al vaak anders. 
Ik heb mijn naam vaker veranderd, maar nu blijf ik maar bij Claire.
Officiëel heet ik Anna Maria Clara.

Naar boven

5. Wat is het verschil tussen fictie en non-fictie?

Fictie betekent dat de schrijver het verhaal zelf verzonnen heeft.
Non-fictie betekent dat het geschrevene gaat over bestaande en controleerbare feiten.

Naar boven

6. Waarom schrijf je nu ineens prentenboeken?
Ik kreeg ineens een goed idee! Daar draait het om bij een prentenboek. Als  je dat niet hebt, kun je niets beginnen.
Maar nu heb ik de smaak te pakken. Er komt over een poosje nog een prentenboek. En ook nog een voorleesboek voor die leeftijd.

Naar boven

7. Blijf je wel voor lezers van 12+ schrijven?
Dat kan ik nu nog niet zeggen. Ik hou van elk verhaal waaraan ik schrijf en van de leeftijd die mijn hoofdpersoon op dat moment heeft. Ik wacht maar gewoon af wat er komt.

Naar boven

8. Wat vind jij zelf je mooiste boek?

Dat vind ik moeilijk. Ik hou van allemaal, ieder op zijn eigen manier. Maar als ik echt moet kiezen, dan neem ik ‘Vrij als een meeuw’ een kort verhaal waar ik achteraf liever een boek van had  gemaakt. Dat blijft maar aan me knagen.

Naar boven

9. Kan dat? Van een kort verhaal een boek maken?

Het is een gruwelijke hoop werk, maar ik denk dat het kan. Ik heb dat geprobeerd in mijn nieuwe boek Eva en het toeval, waar een kort verhaal (Het verhalensnoer’) onder ligt dat ik al veel eerder schreef.

Naar boven

10. Kun je iets over dat boek vertellen?
Eva en het toeval is een boek voor 10-plussers. Dat betekent: voor iedereen vanaf een jaar of tien. Dat ‘vanaf’ vind ik belangrijk, want ik heb ontdekt dat ook oudere mensen mijn boeken lezen. Vooral twintigers en dertigers.
Dit is wel weer een boek voor mensen die veel lezen. Dus niet makkelijk.
Het gaat over ‘denken dat’. Eva is iemand die zich van alles in het hoofd haalt. Bijvoorbeeld dat ze er niet bij hoort... dat ze haar niet aardig vinden... dat zij anders is.

Naar boven

11. Waarom schrijf je altijd zulke moeilijke boeken?

Dat gaat vanzelf. Het gebeurt. En ik laat het gebeuren omdat ik zulke boeken leuker vind om te schrijven dan makkelijke en simpele boeken. Die zijn er trouwens genoeg, dus waarom niet af en toe een hersenkraker?

Naar boven

12. Heb je hobbies?
Vroeger lezen en tafeltennissen, nu lezen en wandelen en bridgen.

Naar boven

13. Is schrijven geen hobby van je?
Ik beschouw schrijven niet als een hobby. Voor mij is dat werk. Leuk werk, dat wel.

Naar boven

14. Wat vind jij mooie boeken? Heb je leestips?
Een van mijn absolute lievelingsboeken is ‘Abels eiland’ van William Steig.
Verder ben ik erg onder de indruk van ‘Godje’ van Daan Remmerts de Vries, van ‘Mosje en Reizele’ van Karlijn Stoffels en van ‘De circusfietser’ van Harm de Jonge.
‘Kruistocht in spijkerbroek’ van Thea Beckman vind ik spannend en ik hou van alles wat Bart Moeijaert schrijft.

Naar boven

 
     
  Terug  
     
©2006 C. Hülsenbeck